In de vorige blogpost vertelde ik over wat voelde als de 'valse' start van mijn onderzoek. Na de onderwerp-wissel is het beter gegaan. Van één van mijn procesbegeleiders ontving ik een artikel, zodat ik direct een begin kon maken en wat meer houvast had voor mijn nieuwe onderwerp.
Het betrof "De leraar als (on)eigentijdse professional - Reflecties over de "moderne professionaliteit" van leerkrachten." van Geert Kelchtermans. Het stuk opent voor mij al krachtig, want Kelchtermans benoemt gelijk het punt dat de professionele houding van leerkrachten lastig maakt: Professionaliteit staat niet in de Van Dale; er is dus geen eenduidige betekenis voor deze term. "Professioneel" staat er wel in, en betekent "aan een of het beroep eigen" of "gemaakt door een vakman". Kelchtermans beschrijft vervolgens dat het woord 'vakman' er hierbij voor zorgt dat men van een professioneel iets heel anders, iets beters, verwacht dan van een willekeurig ander persoon. "Als een leraar als professioneel gewaardeerd wil worden zal hij/zij beroepsmatig op een bepaalde wijze moeten functioneren." Dit brengt de volgende punten met zich mee: Wat is 'professioneel' of 'goed' in dit geval? En daarbij ook, wie kan en mag er bepalen wat deze professionele norm hoort te zijn.
Bovenstaand geparafraseerd stuk brengt al enorm veel vragen en
onduidelijkheden met zich mee. Het maakte mij direct geïnteresseerd om
verder te lezen. Ik ben persoonlijk namelijk voor een meer 'echte'
benadering, waarin je als docent een bepaalde, zogezegd professionele,
versie van jezelf bent. Ik zou het namelijk vroeger zelf als leerling heel raar
hebben gevonden als mijn leraren qua gedrag allemaal kopieën van elkaar
zouden zijn, alsof er ergens in een kantoortje een blauwdruk of mal ligt
voor leraren.
Door de jaren heen is er veel veranderd.
Zo werd er tot in de jaren '70 veel geïnvesteerd in onderwijs, omdat
goed onderwijs gezien werd als 'goed was voor de samenleving'. Na verloop van tijd is dit
beeld veranderd in een soort vraag en aanbod dat op de snelste manier
moet worden beantwoord. De samenleving vraagt als 'klant' een bepaald
product van scholen, en scholen leveren dit in ruil voor het
geïnvesteerde overheidsgeld. De lat waartegen scholen gehouden worden om
te bepalen of zij hierin succesvol zijn bestaat echter maar uit twee
punten: effectiviteit en efficiëntie. Het gewenste resultaat leveren met
zo weinig mogelijk middelen. Dit plaatst alle scholen op eenzelfde
schaal, alsof iedere school op elk willekeurig aspect met elkaar vergelijkbaar is.
Kelchtermans
vertelt vervolgens dat dit in Amerika in sommige staten al geleid heeft
tot een situatie waarin de cijfers van leerlingen vergeleken worden met
het staatsgemiddelde en wanneer deze niet 'voldoen' dit gevolgen heeft
voor de docenten (bijv. ontslag). Dit heeft ervoor gezorgd dat er soms
gewerkt wordt met 'scripted curricula', waarin ieder woord, iedere vraag
of opdracht al is vastgelegd. Op die manier kan er gezegd worden dat
men precies gedaan heeft wat nodig was om leerlingen te laten slagen,
maar docenten worden hierdoor ook volledig gestroomlijnd. Het zouden op die
manier in feite net zo goed robots kunnen zijn die voor de klas staan, omdat ze allemaal als het ware op eenzelfde manier zijn geprogrammeerd en dezelfde riedeltjes staan te vertellen.
Dit soort onderwijs plaatst de resultaten voorop, en is daardoor gefocust op performativiteit. Zowel van leerlingen als van scholen en leerkrachten. De samenleving, en daarmee de ouders, worden in een soort consumenten rol geplaatst en dit plaatst de scholen vrijwel automatisch in een producenten rol; zij leveren namelijk iets. Dit reduceert een belangrijke relatie, vooral m.b.t. de groei en ontwikkeling van kinderen, tot een economische deal. Zo'n relatie zorgt er op zijn plaats weer voor dat ouders docenten door hoepeltjes zouden kunnen laten springen wanneer zij vinden dat het product (het leerrendement) niet voldoet aan de eisen. Dat vind ik persoonlijk bizar, omdat voor mij voorop staat dat de leerlingen groeien en leren, en het voor mij vanzelfsprekend lijkt dat je dit als ouder ook zou willen. Je zou denken dat je meer wilt dan bij wijze van 'een diploma kopen'.
Naast dat dit het onderwijs reduceert tot een soort marktaankoop, zou dit soort onderwijs er ook voor zorgen dat leerkrachten júíst geen positieve rol meer kunnen spelen. Hun invloed wordt door deze lens gezien als iets dat de effectiviteit en efficiëntie alleen maar in de weg kan staan. Daarbij komt dat dit beeld (dat performativiteit bovenaan staat) en de gevolgen die het op sommige plaatsen al met zich mee heeft gebracht, een 'fundamenteel wantrouwen ten aanzien van de leraar' creëert. Het behandeld de leraar als uitvoerder van dat wat externen definiëren als professionaliteit. De docent staat als het ware een rol te spelen, compleet met script. Gelukkig zorgt de Nederlandse grondwettelijke vrijheid van onderwijs ervoor dat taferelen als 'scripted curricula' hier nagenoeg onmogelijk zijn. Dit hangt op zichzelf al weer enige waarde aan de docent als mens. Kelchtermans schrijft daarom ook dat 'de persoon van de leerkracht zelf onlosmakelijk verbonden is met die professionaliteit'.
Tegenwoordig spreekt men vaak over de 'professionele identiteit', die ikzelf eerder ook al aanhaalde als de 'professionele versie van jezelf'. Kelchtermans spreekt echter van een 'professioneel zelfverstaan' en definieert dit als een 'nooit afgesloten proces van het 'zichzelf begrijpen als...' en het product van dit proces.' In zijn eigen onderzoek heeft Kelchtermans dit zelfverstaan onderverdeeld in 5 componenten: zelfbeeld, zelfwaardegevoel, taakopvatting, beroepsmotivatie en toekomstperspectief (hieronder kort beschreven).
- Zelfbeeld: De wijze waarop de leraar zichzelf typeert als leerkracht (sterk afhankelijk van hoe anderen hem zien).
- Zelfwaardegevoel: De tevredenheid over zijn/haar werk.
- Taakopvatting: Wat een leraar vindt wat hij/zij dient te doen om terecht het gevoel te hebben goed werk te leveren.
- Beroepsmotivatie: De drijfveer die de leraar deed kiezen voor dit beroep.
- Toekomstperspectief: De verwachtingen die de leraar heeft voor zijn/haar beroepssituatie in de toekomst en hoe hij/zij zich daarbij voelt.
Kelchtermans is kritisch over het feit dat "effectiviteit en efficiëntie" zo dominant zijn, en benoemd dat om dit te behalen, onderwijs doelgericht en intentioneel moet zijn en dat dit een bepaalde engagement van leraren vraat. Hierdoor is het volgens hem zo dat de kennis(expertise) en houding(engagement) hand in hand gaan in de professionaliteit van leraren. Het feit dat engagement zo belangrijk is, laat al zien dat de persoonlijke kant van docenten belangrijk is en meespeelt in wie zij zijn als professioneel. De docentenrol moet dus niet reduceert worden tot een simpel vraag en aanbod tafereel, wat ieder met het juiste script zou kunnen uitvoeren.
Zo komen we dus tot een punt waaruit blijkt dat de emotionaliteit van leraren deel uitmaakt van hun professionaliteit. Het is niet wenselijk dat leerkrachten emotioneel onverschillig zouden zijn. Wel is het goed dat er aandacht voor deze emotionele dimensie van het vak blijft, omdat dit ervoor zorgt dat we kunnen kijken naar de emotionele belasting. Te veel emotioneel belast worden kan namelijk weer leiden tot extreme stress of zelfs een burn-out.
Kelchtermans haalt vervolgens een belangrijk punt aan, en geeft het voor ons gemak een naam: professionele kwetsbaarheid, en kwetsbare professionaliteit. Kwetsbaarheid weg willen werken zou een zinloze illusie zijn en docenten moeten in eerste instantie leren accepteren dat ook dit deel uitmaakt van hun professionaliteit. Hoewel dit lastig kan zijn, is het juist deze kwetsbaarheid die het mogelijk maakt dat wij als docenten een band opbouwen met leerlingen. Een bepaalde klik die ervoor zorgt dat we juist leerkracht en leerling zijn, en niet zomaar alleen informatiepost en ontvanger van deze informatie.
Ik denk zelf dat het van belang is om er mee om te leren gaan dat docentschap soms nu eenmaal een emotioneel beroep kan zijn; je werkt immers met mensen. En niet zomaar mensen, maar jonge, vaak nog kwetsbare, mensen. Hoewel er voor mij een duidelijk verschil zou moeten zijn in wie je thuis bent en wie je op het werk bent, betekent dit niet dat je in de docentenrol een volledig ander persoon moet zijn. Het is niet nodig dat we allemaal op dezelfde manier lesgeven. Ik denk dat het voor leerlingen juist fijn is om de persoon af en toe te zien, niet alleen maar de professioneel. Het is echter aan ons als docenten om hier een goede balans in te vinden.
Als afsluiting wil ik daarom een mooie zin uit dit essay delen. Een zin die voor mij eigenlijk de kortst mogelijke samenvatting van dit stuk is: "Professionele leraren kunnen de kwetsbaarheid dus niet alleen erkennen en uithouden (wat uiteindelijk een negatieve coping strategie is), maar kunnen ze zelfs positief waarderen en 'omarmen'."

Geen opmerkingen:
Een reactie posten