zaterdag 12 januari 2019

Wijsheden van mijn oud-docent

Tijdens de kerstvakantie heb ik geprobeerd om mijn onderzoeken even te laten rusten. Ik wil namelijk niet dat ik continu overloop van alle informatie en wilde mezelf daarom wat verwerkingstijd geven.

Toen ik echter bij mijn oma op bezoek ging om haar een gelukkig nieuwjaar te wensen, kwam ook mijn oud Nederlands docent op bezoek. Dat gebeurt weleens in een dorp, dat je familie bevriend is met je docenten. Inmiddels is dit niet meer ongemakkelijk gelukkig; ik ben dan ook geen leerling of tiener meer.

De beste man kent mij natuurlijk als jaren en is ook altijd geïnteresseerd in hoe het met mijn studie gaat. Zo kwam het dat we het over mijn onderzoeken gingen hebben, met name OPH.

Ik legde hem uit dat ik de professionele afstand tussen leerkrachten en leerlingen aan het onderzoeken ben, omdat ik me zo betrokken voel dat ik alles mee naar huis neem en eindeloos kan blijven hangen in dat wat er in de levens van mijn leerlingen speelt, met name moeilijke en zware situaties. Hij zei me dat dit heel normaal is, zeker in het begin, omdat mensen die kiezen voor het onderwijs doorgaans ook mensen zijn die veel geven om anderen.

In eerste instantie was ik natuurlijk blij dit te horen, want dit hield misschien wel in dat het 'op te lossen' is. Niet dat ik precies wist (of weet) wat ik dan precies moet oplossen, maar dat ter zijde. Ik vertelde hem dat ik denk dat mijn uiteindelijke doel is om een balans te vinden tussen de afstand en nabijheid, een soort gulden middenweg. Het laatste wat ik namelijk zou willen is dat ik super afstandelijk moet zijn en geen klik meer heb met mijn leerlingen. Hierop begon hij te lachen. "Shit, dat is geen goed teken", hoor ik mezelf nog denken. Hij vond het een mooi doel, maar gaf toe dat hij hier nog steeds mee worstelt, na al die jaren. Hij zei "Meidje, ik gun het je zo dat je dit snel leert, maar ik heb dit nu nog steeds regelmatig, dat blijf je houden, je bent docent." Het zou een mooi streven zijn, maar ik moest van hem wel blijven onthouden dat het iets zou zijn waar ik aan moest blijven werken. Ik liet hem weten het hier volledig mee eens te zijn.

Mijn doel is niet om nu het wiel (opnieuw) uit te vinden, of om dé oplossing te vinden voor het  'te veel geven om je leerlingen'. Ik denk namelijk, nu na een tijdje bezig te zijn met mijn onderzoek, dat er geen oplossing zou moeten zijn. Ik doe namelijk niets verkeerd. Het voornaamste doel is dat ik onderzoek hoe ik voor mezelf die gulden middenweg kan vinden. Misschien moet ik hem wel zelf maken voor mezelf. Het gaat mij er uiteindelijk om dat ik beter leer omgaan met alle emotionele aspecten van het docentschap, en dat vond mijn oud-docent Nederlands al een heel mooi doel.

Professionaliteit bestaat niet? - Inzichten van Kelchtermans

In de vorige blogpost vertelde ik over wat voelde als de 'valse' start van mijn onderzoek. Na de onderwerp-wissel is het beter gegaan. Van één van mijn procesbegeleiders ontving ik een artikel, zodat ik direct een begin kon maken en wat meer houvast had voor mijn nieuwe onderwerp.

Het betrof  "De leraar als (on)eigentijdse professional - Reflecties over de "moderne professionaliteit" van leerkrachten." van Geert Kelchtermans. Het stuk opent voor mij al krachtig, want Kelchtermans benoemt gelijk het punt dat de professionele houding van leerkrachten lastig maakt: Professionaliteit staat niet in de Van Dale; er is dus geen eenduidige betekenis voor deze term. "Professioneel" staat er wel in, en betekent "aan een of het beroep eigen" of "gemaakt door een vakman". Kelchtermans beschrijft vervolgens dat het woord 'vakman' er hierbij voor zorgt dat men van een professioneel iets heel anders, iets beters, verwacht dan van een willekeurig ander persoon. "Als een leraar als professioneel gewaardeerd wil worden zal hij/zij beroepsmatig op een bepaalde wijze moeten functioneren."  Dit brengt de volgende punten met zich mee: Wat is 'professioneel' of 'goed' in dit geval? En daarbij ook, wie kan en mag er bepalen wat deze professionele norm hoort te zijn.





Bovenstaand geparafraseerd stuk brengt al enorm veel vragen en onduidelijkheden met zich mee. Het maakte mij direct geïnteresseerd om verder te lezen. Ik ben persoonlijk namelijk voor een meer 'echte' benadering, waarin je als docent een bepaalde, zogezegd professionele, versie van jezelf bent. Ik zou het namelijk vroeger zelf als leerling heel raar hebben gevonden als mijn leraren qua gedrag allemaal kopieën van elkaar zouden zijn, alsof er ergens in een kantoortje een blauwdruk of mal ligt voor leraren.

Door de jaren heen is er veel veranderd. Zo werd er tot in de jaren '70 veel geïnvesteerd in onderwijs, omdat goed onderwijs gezien werd als 'goed was voor de samenleving'. Na verloop van tijd is dit beeld veranderd in een soort vraag en aanbod dat op de snelste manier moet worden beantwoord. De samenleving vraagt als 'klant' een bepaald product van scholen, en scholen leveren dit in ruil voor het geïnvesteerde overheidsgeld. De lat waartegen scholen gehouden worden om te bepalen of zij hierin succesvol zijn bestaat echter maar uit twee punten: effectiviteit en efficiëntie. Het gewenste resultaat leveren met zo weinig mogelijk middelen. Dit plaatst alle scholen op eenzelfde schaal, alsof iedere school op elk willekeurig aspect met elkaar vergelijkbaar is.

Kelchtermans vertelt vervolgens dat dit in Amerika in sommige staten al geleid heeft tot een situatie waarin de cijfers van leerlingen vergeleken worden met het staatsgemiddelde en wanneer deze niet 'voldoen' dit gevolgen heeft voor de docenten (bijv. ontslag). Dit heeft ervoor gezorgd dat er soms gewerkt wordt met 'scripted curricula', waarin ieder woord, iedere vraag of opdracht al is vastgelegd. Op die manier kan er gezegd worden dat men precies gedaan heeft wat nodig was om leerlingen te laten slagen, maar docenten worden hierdoor ook volledig gestroomlijnd. Het zouden op die manier in feite net zo goed robots kunnen zijn die voor de klas staan, omdat ze allemaal als het ware op eenzelfde manier zijn geprogrammeerd en dezelfde riedeltjes staan te vertellen.

Dit soort onderwijs plaatst de resultaten voorop, en is daardoor gefocust op performativiteit. Zowel van leerlingen als van scholen en leerkrachten. De samenleving, en daarmee de ouders, worden in een soort consumenten rol geplaatst en dit plaatst de scholen vrijwel automatisch in een producenten rol; zij leveren namelijk iets. Dit reduceert een belangrijke relatie, vooral m.b.t. de groei en ontwikkeling van kinderen, tot een economische deal. Zo'n relatie zorgt er op zijn plaats weer voor dat ouders docenten door hoepeltjes zouden kunnen laten springen wanneer zij vinden dat het product (het leerrendement) niet voldoet aan de eisen. Dat vind ik persoonlijk bizar, omdat voor mij voorop staat dat de leerlingen groeien en leren, en het voor mij vanzelfsprekend lijkt dat je dit als ouder ook zou willen. Je zou denken dat je meer wilt dan bij wijze van 'een diploma kopen'.

Naast dat dit het onderwijs reduceert tot een soort marktaankoop, zou dit soort onderwijs er ook voor zorgen dat leerkrachten júíst geen positieve rol meer kunnen spelen. Hun invloed wordt door deze lens gezien als iets dat de effectiviteit en efficiëntie alleen maar in de weg kan staan. Daarbij komt dat dit beeld (dat performativiteit bovenaan staat) en de gevolgen die het op sommige plaatsen al met zich mee heeft gebracht, een 'fundamenteel wantrouwen ten aanzien van de leraar' creëert. Het behandeld de leraar als uitvoerder van dat wat externen definiëren als professionaliteit. De docent staat als het ware een rol te spelen, compleet met script. Gelukkig zorgt de Nederlandse grondwettelijke vrijheid van onderwijs ervoor dat taferelen als 'scripted curricula' hier nagenoeg onmogelijk zijn. Dit hangt op zichzelf al weer enige waarde aan de docent als mens. Kelchtermans schrijft daarom ook dat 'de persoon van de leerkracht zelf onlosmakelijk verbonden is met die professionaliteit'.

Tegenwoordig spreekt men vaak over de 'professionele identiteit', die ikzelf eerder ook al aanhaalde als de 'professionele versie van jezelf'. Kelchtermans spreekt echter van een 'professioneel zelfverstaan' en definieert dit als een 'nooit afgesloten proces van het 'zichzelf begrijpen als...' en het product van dit proces.' In zijn eigen onderzoek heeft Kelchtermans dit zelfverstaan onderverdeeld in 5 componenten: zelfbeeld, zelfwaardegevoel, taakopvatting, beroepsmotivatie en toekomstperspectief (hieronder kort beschreven).
- Zelfbeeld: De wijze waarop de leraar zichzelf typeert als leerkracht (sterk afhankelijk van hoe anderen hem zien).
- Zelfwaardegevoel: De tevredenheid over zijn/haar werk.
- Taakopvatting: Wat een leraar vindt wat hij/zij dient te doen om terecht het gevoel te hebben goed werk te leveren.
- Beroepsmotivatie: De drijfveer die de leraar deed kiezen voor dit beroep.
- Toekomstperspectief: De verwachtingen die de leraar heeft voor zijn/haar beroepssituatie in de toekomst en hoe hij/zij zich daarbij voelt.

Kelchtermans is kritisch over het feit dat "effectiviteit en efficiëntie" zo dominant zijn, en benoemd dat om dit te behalen, onderwijs doelgericht en intentioneel moet zijn en dat dit een bepaalde engagement van leraren vraat. Hierdoor is het volgens hem zo dat de kennis(expertise) en houding(engagement) hand in hand gaan in de professionaliteit van leraren. Het feit dat engagement zo belangrijk is, laat al zien dat de persoonlijke kant van docenten belangrijk is en meespeelt in wie zij zijn als professioneel. De docentenrol moet dus niet reduceert worden tot een simpel vraag en aanbod tafereel, wat ieder met het juiste script zou kunnen uitvoeren.

Zo komen we dus tot een punt waaruit blijkt dat de emotionaliteit van leraren deel uitmaakt van hun professionaliteit. Het is niet wenselijk dat leerkrachten emotioneel onverschillig zouden zijn. Wel is het goed dat er aandacht voor deze emotionele dimensie van het vak blijft, omdat dit ervoor zorgt dat we kunnen kijken naar de emotionele belasting. Te veel emotioneel belast worden kan namelijk weer leiden tot extreme stress of zelfs een burn-out.

Kelchtermans haalt vervolgens een belangrijk punt aan, en geeft het voor ons gemak een naam: professionele kwetsbaarheid, en kwetsbare professionaliteit. Kwetsbaarheid weg willen werken zou een zinloze illusie zijn en docenten moeten in eerste instantie leren accepteren dat ook dit deel uitmaakt van hun professionaliteit. Hoewel dit lastig kan zijn, is het juist deze kwetsbaarheid die het mogelijk maakt dat wij als docenten een band opbouwen met leerlingen. Een bepaalde klik die ervoor zorgt dat we juist leerkracht en leerling zijn, en niet zomaar alleen informatiepost en ontvanger van deze informatie.

Ik denk zelf dat het van belang is om er mee om te leren gaan dat docentschap soms nu eenmaal een emotioneel beroep kan zijn; je werkt immers met mensen. En niet zomaar mensen, maar jonge, vaak nog kwetsbare, mensen. Hoewel er voor mij een duidelijk verschil zou moeten zijn in wie je thuis bent en wie je op het werk bent, betekent dit niet dat je in de docentenrol een volledig ander persoon moet zijn. Het is niet nodig dat we allemaal op dezelfde manier lesgeven. Ik denk dat het voor leerlingen juist fijn is om de persoon af en toe te zien, niet alleen maar de professioneel. Het is echter aan ons als docenten om hier een goede balans in te vinden.

Als afsluiting wil ik daarom een mooie zin uit dit essay delen. Een zin die voor mij eigenlijk de kortst mogelijke samenvatting van dit stuk is:  "Professionele leraren kunnen de kwetsbaarheid dus niet alleen erkennen en uithouden (wat uiteindelijk een negatieve coping strategie is), maar kunnen ze zelfs positief waarderen en 'omarmen'."

dinsdag 4 december 2018

Het begin van mijn onderzoek

Welkom op mijn blog. Mijn naam is Sharon Lucassen en ik ben een 28 jarige bachelorstudente aan de Fontys Lerarenopleiding Tilburg. Ik ben op dit moment bezig met mijn afstudeerfase en op dit blog zal ik mijn afstudeeronderzoek voor OPH volgen.

 Het onderwerp voor mijn onderzoek vaststellen was nogal een hele klus. Ik begon eind augustus aan mijn stage en werd gelijk door duizend dingen geïnspireerd. Maar ja, wat is er mogelijk en belangrijker nog, wat wil ík? In het begin wilde ik mijn onderzoek doen over een leerling bij wie nogal veel speelt, en mijn rol in deze situatie. "Wat kan ik doen om dit beter te maken?" is een vraag die ik mij eindeloos veel keer heb afgevraagd. Ik ben namelijk iemand die graag de hele wereld beter zou willen maken, zeker voor iemand zo kwetsbaar als deze leerling.

Na een paar weken worstelen met dit onderwerp, had ik een gesprek met de mentor van deze leerling. Zij vroeg mij hoe ik dit alles voor me zag, en ik gaf toe hier nog niet echt een antwoord op te hebben. Ik wist alleen dat ik alles wilde doen wat ik kon doen om de situatie van deze leerling een beetje dragelijker te maken. Nadat ik de mentor vertelde wat ik zoal in mijn lessen deed m.b.t. deze leerling, prees zij me, omdat ik volgens haar vrij snel doorhad hoe om te gaan met deze leerling. Daarnaast vertelde ze me precies dat wat mijn wereldverbeteraarshart natuurlijk niet wilde horen: meer kon ik niet doen. De situatie was zoveel groter dan ik aanvankelijk dacht en wat ik er van wist was nog maar het topje van de ijsberg.

Op zoek naar een nieuw onderwerp. Er zat een deadline aan te komen voor een posterpresentatie en dus heb ik op dat moment halsoverkop een onderwerp gekozen waar mijn hart maar half in lag. Ik heb dit later ook toegeven aan mijn procesbegeleiders en een gesprek met één van hen gevoerd over het feit dat ik gewoon niet goed weet wat mijn onderwerp zou moeten zijn. Wat wil ik? Waarom wil ik dat? Eigenlijk wilde ik vooral alles voor al mijn leerlingen beter maken, en zo kwam ik het dat ik met de procesbegeleider besprak dat ik veel dingen van school mee naar huis neem omdat ik het niet los kan laten. Daarnaast vertelde ik hem dat het met mij persoonlijk echt even weer niet lekker loopt en mijn hoofd vol zit met mijn eigen problemen. Hoewel ik iedereen graag wil helpen, moet ik eerst aan mijzelf denken. Zo kwam hij met het voorstel het onderzoek te doen over de professionele afstand.

Ik wil graag onderzoeken wat de professionele afstand is, maar ook hoe ik dingen los kan leren laten. Hoe zorg ik ervoor dat de band die ik met leerlingen heb puur een leraar-leerling band is, en blijft, en dat zij mij niet als vriend zien? Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik buiten schooltijd meer rust vind? Kort samengevat in mijn hoofdvraag: hoe kan ik de professionele afstand bewaren, zodat ik niet alles mee naar huis neem?

Dit is dus het begin van mijn onderzoek. Ik hoop snel weer meer te kunnen schrijven!